Difference between revisions of "INSPIRE ID"

From Geonovum Wiki
Jump to: navigation, search
 
(11 intermediate revisions by 5 users not shown)
Line 1: Line 1:
{{TOC_aandeslagINSPIRE}}  
+
{{TOC_aandeslagINSPIRE}} {{TOC_INSPIRE|seg1=akt}}
  
<br>
 
  
'''Hoe maak je unieke Object Id’s voor Spatial Objects aan?'''<br>Elk ruimtelijk object van een datset (of dataset series) dat via INSPIRE toegankelijk wordt gemaakt, moet voorzien worden van een unieke indentificatie zodat derden ondubbelzinnig aan het object kunnen refereren. Dataproviders dienen dus – buiten eventuele eigen ID’s die de organisatie gebruikt – de ruimtelijke objecten van een unieke INSPIRE code te voorzien.  
+
== Unieke identificatie ==
 +
Volgens de richtlijnen van INSPIRE moet elk object (feature) voorzien worden van een unieke identificatie: de InspireId Belangrijk hierbij is, dat de identifier '''uniek''' en '''persistent''' moet zijn. Persistent betekent, dat de identifier gedurende de levensduur van het object ongewijzigd moet blijven. Een InspireId bestaat uit de volgende onderdelen:
 +
* Namespace (''verplicht'')
 +
* LocalId (''verplicht'')
 +
* VersionId (''optioneel'')
 +
 +
== Namespaces ==
  
Deze code komt van het BaseType.Identifier object van het General Conceptual Model ('''hoofdstuk 9.8.1''', p. 59). In de Data Specs komt het ‘identifier management’ terug onder '''paragraaf 5.2.1.4'''. Binnen INSPIRE datasets en dataset series heet de unieke code het '''InspireId'''.<br>
+
Een namespace heeft als belangrijkste doel, dat het de ruimte definieert waar binnen de localId uniek is. Om te voorkomen, dat verschillende dataproviders dezelfde namespace gebruiken, en om consistentie te verkrijgen, is er in Nederland (en Europa) een zogenaamd Namespace Register opgezet. De namespace wordt geregistreerd in het [http://inspirelab.geonovum.nl/namespaces/ nationale namespace register].
  
<br>
+
== LocalId ==
  
'''''Hoe verhoudt het InspireId zich tot het NEN3610ID&nbsp;?'''''<br>De nederlandse standaarden worden met de internationele ISO’s en Europose wetgeving geharmoniseerd. Het eerste aangrijppunt voor Object-Id’s in relatie tot INSPIRE is dus het Basismodel Geo-Informatie. De vigerende standaard is NEN3610:2005, deze wordt momenteel herzien. Onderstaande informatie is afkomstig uit deze herziene standaard NEN3610:2010 (nog in consultatie en dus pas later beschikbaar).  
+
=== Hoe maak je unieke id’s voor INSPIRE ruimtelijke objecten aan?===
 +
Elk ruimtelijk object van een datset (of dataset series) dat via INSPIRE toegankelijk wordt gemaakt, moet voorzien worden van een unieke identificatie zodat derden ondubbelzinnig aan het object kunnen refereren. Dataproviders dienen dus – buiten eventuele eigen ID’s die de organisatie gebruikt – de ruimtelijke objecten van een unieke INSPIRE identificatie te voorzien. Ook in hoofdstuk 14 ('Identifier management') van het Generic Conceptual Model wordt algemene uitleg gegeven over het gebruik van unieke identifiers. Per thema kunnen er nog specifieke uitbreidingen staan in '''paragraaf 5.2.1.4''' van de data specificatie. Binnen INSPIRE datasets en dataset series heet de unieke code het '''InspireId'''. De dataprovider is verantwoordelijk voor het uitdelen van unieke identifiers (de localId). In de context van INSPIRE levert de combinatie van namespace en localId een unieke identifier op.  
  
In NEN3610 kent ieder identificeerbaar GeoObject een '''nen3610ID '''klasse. Dit bestaat evenals het INSPIRE ID uit '''namespace, lokaalID''' en '''versie'''. Dit betekent dat wanneer de identificatie-code in de dataset voldoet aan het dataType nen3610ID van het NEN3610:2010, het ook conform INSPIRE is. De <u>naamgeving </u>is echter niet INSPIRE conform. In de uitleg onder wordt de INSPIRE naamgeving gehanteerd.  
+
=== Uniform Resource Identifiers ===
 +
Uniform Resource Identifiers (URI's) zijn de gestandaardiseerde manier om op het internet dingen (pagina's met informatie, objecten, datasets) uniek te identificeren. Dit kan door middel van een Uniform Resource Name (URN) of met een Uniform Resource Locator (URL). Bij een URN krijgt een ding een unieke naam toebedeeld. Bij een URL krijgt een ding een adres waarmee het op internet kan worden gevonden (de ons welbekende website adressen). Door URI's te gebruiken, kun je op een unieke manier naar een ding verwijzen en ze daardoor uniek onderscheiden. Het advies met de huidige stand van zaken is om stabiele http URI’s te gebruiken voor geo-objecten en datasets. Binnen INSPIRE en NEN3610 is afgesproken om op elk object op basis van de bestaande interne identifier een URI te geven, waarmee binnen de INSPIRE en NEN3610 context het object uniek te identificeren én op te vragen is. Lees ook de aanzet tot een nationale URI-Strategie op [http://www.pilod.nl/wiki/Boek/URI-strategie http://www.pilod.nl/wiki/Boek/URI-strategie]
  
De INSPIRE Identifier van '''ieder ruimtelijk object''' bestaat uit drie attributen:<br>
+
== VersionId ==
  
*'''namespace''': Wordt gebruikt om de data-source te identificeren. Er zijn in relatie tot INSPIRE drie praktische voorwaarden verbonden aan de namespace:<br>
+
Een InspireId kan ook een (optioneel) versionId hebben. Dit versienummer kan gebruikt worden als er van hetzelfde object op verschillende tijdstippen verschillende versies in omloop zijn die van elkaar onderscheiden moeten worden.<br>
**Is een verplicht attribuut<br>
 
**Begint met 2 letterige landscode: NL. De namespace kan vervolgens uitgebreid worden. <br>
 
**De namespace wordt geregistreerd in het nationale namespaces register, waardoor de uniekheid gegarandeerd wordt.<br>
 
*'''localId''': een identifier die binnen de registratie uniek is. Dit hoeft dus geen UUID te zijn, maar mag wel. Is verplicht.<br>
 
*'''versionId''': Dit attribuut maakt geen onderdeel uit van het identifier management van INSPIRE, maar is wel een attribuut van het InpspireId. Het versionId is niet verplicht, het hoeft niet opgevoerd te worden.&nbsp;
 
 
 
De namespace wordt geregistreerd in het nationale namespace register. Het ligt nog open of hier het NEN 3610 Object Identificatie Namespace Register gebruikt gaat worden, of een andere oplossing gebruikt gaat worden. Uiteindelijk zal dit nationale namespace register het INSPIRE External Object Identifier Namespaces Register gaan vullen. Ook dit register is nog in de maak, maar zal onderdeel worden van het [http://inspire-registry.jrc.ec.europa.eu/ INSPIRE Registry]
 
 
 
<br>
 
 
 
{| width="" cellspacing="1" cellpadding="1" border="1"
 
|+ Tabel 4: Vergelijk van identifier management tussen INSPIRE en NEN3610:2010
 
|-
 
! scope="col" | Wat
 
! scope="col" | NEN3610ID
 
! scope="col" | InspireId
 
! scope="col" | Verklaring
 
|-
 
| '''Klasse'''
 
| &lt;&lt;dataType&gt;&gt; NEN3610ID
 
| &lt;&lt;dataType&gt;&gt; BaseTypes.Identifier
 
| De klasse waartoe het object-id behoort
 
|-
 
| '''attribuut'''
 
| namespace
 
| namespace
 
| Unieke verwijzing naar een registratie van objecten
 
|-
 
| '''attribuut'''
 
| lokaalID
 
| localId
 
| Unieke registratiecode binnen registratie
 
|-
 
| '''attribuut'''
 
| versie
 
| version
 
| Versieaanduiding object. Niet verplicht.
 
|-
 
| <br>
 
| <br>
 
| <br>
 
| <br>
 
|}
 
 
 
<br>
 
 
 
In code voorbeeld 1 is het applicatie schema cadastral parcels [CP] genomen. Uit het codevoorbeeld komt naar voren dat een deel van de elementen uit het General Conceptual Model afkomstig is &lt;base:Identifier&gt;. Ondanks dat het mechnisme op basis waarvan NEN3610 id’s uitdeelt, dienen de NEN3610 attribuutnamen nog wel vertaald te worden naar de overeenkomstige INSPIRE attribuutnamen.
 
 
 
<br>
 
 
 
Code voorbeeld 1 (van WFS:FeatureCollection):<br>
 
 
 
<br>
 
 
 
::&lt;cp:inspireId&gt;<br>
 
::&lt;base:Identifier&gt;<br>
 
::::&lt;base:localId&gt;000000223282&lt;/base:localId&gt;<br>
 
::::&lt;base:namespace&gt;NLAAA&lt;/base:namespace&gt;<br>
 
::::&lt;base:versionId&gt;1978-12-31T23:00:00Z&lt;/base:versionId&gt;<br>
 
::&lt;/base:Identifier&gt;<br>
 
::&lt;/cp:inspireId&gt;
 
 
 
<br>
 
 
 
<br>
 
 
 
{| width="" cellspacing="1" cellpadding="1" border="1"
 
|+ '''Tabel 5: Relevante documenten'''
 
|-
 
! scope="col" | Titel
 
! scope="col" | Versie
 
! scope="col" | <br>
 
|-
 
| Basismodel Geo-Informatie NEN3610:2010
 
| Ontwikkelversie
 
| Eind 2010 beschikbaar
 
|-
 
| [http://inspire.jrc.ec.europa.eu/documents/Data_Specifications/D2.5_v3.2.pdf General Conceptual Model ]
 
| V3.2
 
| <br>
 
|-
 
| <br>
 
| <br>
 
| <br>
 
|}
 
 
 
<br>
 
 
 
'''''VersionId en NEN3610:2010<br>'''''VersionId is niet verplicht.<br>
 
 
 
Wanneer er verschillende versies van hetzelfde object binnen een dataset bestaan, wordt het INSPIRE attribuut ''versionId ''gebruikt. Deze is uniek binnen de set van identieke objecten en maakt het mogelijk om de verschillende versies van het object van elkaar te onderscheiden. De voorwaarden waaronder NEN3610:2010 het attribuut versie per ruimtelijk object hanteert, is ook indentiek aan de voorwaarden van INSPIRE’s ''verionId''. Het is echter uitgebreider dan INSPIRE: NEN3610:2010 onderscheid twee soorten voor het modelleren van historie van objecten: <br>
 
 
 
*materële historie: beschrijft veranderingen van eigenschappen van een object in de werkelijkheid <br>
 
*formele historie: beschrijft veranderingen van eigenschappen in de registratie (of database) <br>
 
 
 
<br>
 
 
 
INPSIRE slechts één. De <u>formele historie</u> van een object komt overeen met de INSPIRE versionId. <br>
 
 
 
<br>
 
 
 
Aandachtspunten in relatie tot NEN3610:2010&nbsp;:
 
 
 
*De koppeling tussen versie van NEN3610:2010 en INSPIRE is nog aan discussie onderheving. <br>
 
*Het attributt versionID is voidable. Het mag nul of 1 keer per object voorkomen (waarbij Unknown betekent dat de data van het betreffende object niet bekend is en Unpopulated dat het attribuut over de hele dataset niet geregistreerd is)
 
 
 
<br>
 

Latest revision as of 12:29, 12 November 2018


Aan de slag met INSPIRE

Doelgroep
Processtappen
Deadlines
Bronnen
Over deze wiki

Aanmerking en Namespaces

Aanmerkingsregister
Namespace register

Inrichten organisatie

1. Dataharmonisatie

Documentatie dataharmonisatie
Principes dataharmonisatie
As-is versus geharmoniseerd
Prioritaire datasets (e-reporting)
Generic Conceptual Model
INSPIRE ID
Codelijsten
Portrayal
Geometrie
Data-validatie
Checklist dataharmonisatie
Control panel
Extensies
Thematic Clusters
FAQ Dataharmonisatie

2. Metadata

Metadata aanmaken
Waar moet mijn metadata aan voldoen?
Invulinstructie voor datasets
Voorbeeld XML voor INSPIRE dataset metadata
Prioritaire datasets
Metadata en Taal
Metadata-validatie
Geharmoniseerde Gebruiksvoorwaarden
FAQ Metadata

3a. Network Services

Informatie Network Services
Vereisten Services
Quality of Services
Rights Management Layer
Agree operation
RM en GeoGedeeld
View service maken
Recente wijzigingen specificaties
INSPIRE vereisten opnemen in een Capabilities document
Category Layers
Meertaligheid in een Capabilities document
Voorbeeld XML voor Capabilities
Portrayal
FAQ View Services
Download service maken
Recente wijzigingen specificaties Download Services
Download Service via Atom feed
Automatisch genereren van OpenSearch description
Download Service Pre-defined Datasets via WFS
Download Service Direct Access via WFS
Download service via WCS
Download service via SOS
FAQ Download Services
Metadata Services
Scenario's voor het aanmaken van service metadata
Invulinstructie voor services
Voorbeeld XML voor INSPIRE service metadata
Valideren Metadata Services
Valideren Services

3b. Spatial Data Services

Wat is een Spatial Data Service
Categorieën van Spatial Data Service
Bepalen categorie Spatial Data Service
Invocable Spatial Data Service
Interoperable Spatial Data Service
Harmonised Spatial Data Service
Metadata templates voor Spatial Data Service

4. Publiceren

Publiceren Inspire aanduiding

5. Validatie

6. INSPIRE vervolg

Monitoring en Rapportage

Veelvoorkomende vragen

FAQ Metadata
FAQ View Services
FAQ Download Services
FAQ Data Harmonisatie

Extra informatie

Terminologie
Normatief Kader TC 211
UML notatie


 


Inrichten organisatie 1. Data harmonisatie 2. Metadata 3. Services 4. Publicatie Inspire portal 5. Validatie


Unieke identificatie

Volgens de richtlijnen van INSPIRE moet elk object (feature) voorzien worden van een unieke identificatie: de InspireId Belangrijk hierbij is, dat de identifier uniek en persistent moet zijn. Persistent betekent, dat de identifier gedurende de levensduur van het object ongewijzigd moet blijven. Een InspireId bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Namespace (verplicht)
  • LocalId (verplicht)
  • VersionId (optioneel)

Namespaces

Een namespace heeft als belangrijkste doel, dat het de ruimte definieert waar binnen de localId uniek is. Om te voorkomen, dat verschillende dataproviders dezelfde namespace gebruiken, en om consistentie te verkrijgen, is er in Nederland (en Europa) een zogenaamd Namespace Register opgezet. De namespace wordt geregistreerd in het nationale namespace register.

LocalId

Hoe maak je unieke id’s voor INSPIRE ruimtelijke objecten aan?

Elk ruimtelijk object van een datset (of dataset series) dat via INSPIRE toegankelijk wordt gemaakt, moet voorzien worden van een unieke identificatie zodat derden ondubbelzinnig aan het object kunnen refereren. Dataproviders dienen dus – buiten eventuele eigen ID’s die de organisatie gebruikt – de ruimtelijke objecten van een unieke INSPIRE identificatie te voorzien. Ook in hoofdstuk 14 ('Identifier management') van het Generic Conceptual Model wordt algemene uitleg gegeven over het gebruik van unieke identifiers. Per thema kunnen er nog specifieke uitbreidingen staan in paragraaf 5.2.1.4 van de data specificatie. Binnen INSPIRE datasets en dataset series heet de unieke code het InspireId. De dataprovider is verantwoordelijk voor het uitdelen van unieke identifiers (de localId). In de context van INSPIRE levert de combinatie van namespace en localId een unieke identifier op.

Uniform Resource Identifiers

Uniform Resource Identifiers (URI's) zijn de gestandaardiseerde manier om op het internet dingen (pagina's met informatie, objecten, datasets) uniek te identificeren. Dit kan door middel van een Uniform Resource Name (URN) of met een Uniform Resource Locator (URL). Bij een URN krijgt een ding een unieke naam toebedeeld. Bij een URL krijgt een ding een adres waarmee het op internet kan worden gevonden (de ons welbekende website adressen). Door URI's te gebruiken, kun je op een unieke manier naar een ding verwijzen en ze daardoor uniek onderscheiden. Het advies met de huidige stand van zaken is om stabiele http URI’s te gebruiken voor geo-objecten en datasets. Binnen INSPIRE en NEN3610 is afgesproken om op elk object op basis van de bestaande interne identifier een URI te geven, waarmee binnen de INSPIRE en NEN3610 context het object uniek te identificeren én op te vragen is. Lees ook de aanzet tot een nationale URI-Strategie op http://www.pilod.nl/wiki/Boek/URI-strategie

VersionId

Een InspireId kan ook een (optioneel) versionId hebben. Dit versienummer kan gebruikt worden als er van hetzelfde object op verschillende tijdstippen verschillende versies in omloop zijn die van elkaar onderscheiden moeten worden.